Regelgeving en jurisprudentie

3 februari 2017

Vergunningvrij bouwen aan een monument en in beschermd dorpsgezicht?

In de uitspraak van 15 november 2016 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant staat de vraag centraal: is een aanbouw aan een rijksmonument in een beschermd dorpsgezicht vergunningvrij of niet? Dat is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Het blijft altijd een puzzel met hoofdregels en uitzonderingen.

Verloop van procedure
Dat deze puzzel niet voor iedereen gemakkelijk is op te lossen, blijkt expliciet uit deze casus. Het verloop van de procedure is als volgt. De eigenaar van het rijksmonument gaat ervan uit dat de aanbouw zonder vergunning kan worden gerealiseerd. De buurvrouw vraagt na de – volgens haar illegale – bouw om handhaving bij de gemeente. De gemeente schrijft de eigenaar aan dat een vergunning nodig is. De eigenaar vraagt vervolgens een vergunning aan en de gemeente verleent deze. De buurvrouw tekent bezwaar aan. De gemeente volgt het advies van de bezwaarschriftencommissie en herroept de vergunningverlening omdat de aanbouw bij nader inzien toch vergunningvrij zou zijn. De buurvrouw stelt tegen deze beslissing beroep in bij de rechtbank.

Vergunningvrij bouwen
De regels voor vergunningvrij bouwen zijn te vinden in Bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht. In artikel 2 van deze bijlage staan de activiteiten opgesomd waarvoor zowel geen omgevingsvergunning voor het ‘bouwen’ als voor het ‘afwijken van het bestemmingsplan’ benodigd is. Als een bouwwerk wel al in een bestemmingsplan is toegestaan, biedt artikel 3 van Bijlage II nog meer activiteiten waarvoor geen omgevingsvergunning voor ‘bouwen’ benodigd is. Een vergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan is dan niet nodig.

De hoofdregel is dus dat er een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen nodig is. De uitzondering is vergunningvrij bouwen. Echter zijn er ook uitzonderingen op de uitzondering. Deze uitzonderingen gelden als er een rijks- of gemeentelijk monument in het spel is, maar ook in geval het bouwwerk gelegen is in een beschermd stads- of dorpsgezicht. Artikel 4a van Bijlage II bepaalt namelijk dat in die gevallen de hiervoor genoemde artikelen 2 en 3 beperkt van toepassing zijn.

In beschermde stads- en dorpsgezichten zijn bouwactiviteiten kort gezegd vergunningvrij indien ze inpandig zijn of aan de niet-zichtbare achterkant van het hoofdgebouw worden gerealiseerd. In geval van een rijks- of gemeentelijk monument slechts in, aan of op een onderdeel van het monument dat uit oogpunt van monumentenzorg geen waarde heeft óf bij een monument. Maar let op: er zijn ook activiteiten die in deze gevallen nooit vergunningvrij mogen worden gebouwd. Een belangrijk voorbeeld daarvan zijn bijbehorende bouwwerken die in strijd zijn met het bestemmingsplan. En in geval van een monument is voor alle bijgebouwen een vergunning nodig.

Terug naar de casus
De rechtbank stelt vast dat de aanbouw aan de achterkant van het hoofdgebouw is gerealiseerd en niet in strijd is met het bestemmingsplan. Het is dus wat dat betreft vergunningvrij ondanks dat de aanbouw in een beschermd dorpsgezicht is gelegen. Het is echter ook aan een rijksmonument gebouwd en daarmee uiteindelijk niet vergunningvrij. Aan beide uitzonderingen op de uitzondering moet kortom dus worden getoetst.

Omdat het herroepen van de verleende vergunning onderwerp van het geschil is, heeft dit oordeel niet veel gevolgen voor de eigenaar. Door de vernietiging van de herroeping herleeft de verleende omgevingsvergunning weer en die is volgens de rechtbank op goede gronden afgegeven. De aanbouw is uiteindelijk dus legaal gebouwd.

Zie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant 15 november 2016, ECLI:NL:RBZWB:2016:7285

Terug naar alle regelgeving en jurisprudentie