DeClerck

Regelgeving en jurisprudentie

16 mei 2020

De redengevende omschrijving en de bescherming van het monument

Bij de aanwijzing van een gemeentelijk- of rijksmonument wordt een redengevende omschrijving opgesteld. Uit die beschrijving moet precies blijken waarom het object monumentale waarden toekomt en wat precies moet worden beschermd. Hoe belangrijk is die precieze omschrijving van de monumentale waarden en hoe vergaand wordt het monument beschermd?

De hoofdregel in het monumentenrecht is dat het gehele monument onder de bescherming valt, ook al worden niet alle aspecten of karakteristieken van het object genoemd in de redengevende omschrijving. Dit volgt uit de wet en de rechtspraak daarover. Dit betekent dat als de eigenaar van een monument wijzigingen wil aanbrengen, dat daarbij de gehele omvang van het monument een rol speelt. Ook al focust de redengevende omschrijving – die vaak nog niet eens één pagina beslaat – zich doorgaans slechts op enkele onderdelen van het object. Het gehele object geniet in beginsel monumentale bescherming. Uiteraard kan dit in specifieke gevallen soms anders zijn.

Tegelijkertijd is er rechtspraak waaruit duidelijk volgt dat de redengevende omschrijving niet (te) ruim mag worden geïnterpreteerd (zie ECLI:NL:RVS:2017:2351). Dit wordt ook wel vertaald als de verplichting van de overheid om bij de aanwijzing van een monument heel precies te zijn over welke monumentale waarden moeten worden beschermd. Maar hoe verhoudt dit zich dan met de gedachte dat in beginsel het hele object monumentale bescherming geniet, óók als niet alle aspecten of karakteristieken worden genoemd in de redengevende omschrijving van het monument?

Uit het voorgaande blijkt wel hoezeer het monumentenrecht maatwerk is. Het voorgaande is niet  zo tegenstrijdig als dat het lijkt. Het is meer een duidelijke opdracht aan de autoriteiten om de reden voor de aanwijzing van een object als monument zo precies en volledig mogelijk op te schrijven. Ja, in beginsel wordt het gehele object beschermd als monument. En tegelijk wordt in het niet opnemen van bepaalde eigenschappen van het object ruimte gevonden om als eigenaar van een monument wijzigingen te mogen aanbrengen zónder dat dit de monumentale waarden behoeft aan te tasten. Duidelijk is dat de nadruk van de monumentale bescherming toch ligt op de onderdelen die in de redengevende omschrijving als monumentale waarden zijn omschreven. Het kan ook niet zo zijn dat de eigenaar van een monument helemaal niets meer kan wijzigen aan het object om de enkele reden dat het is aangewezen als gemeentelijk- of rijksmonument.

De verhouding tussen de monumentale bescherming van het gehele object en het duidelijke belang van het exact en volledig omschrijven van de monumentaal beschermingswaardige aspecten van het object, geeft de eigenaar van een monument de mogelijkheid het gesprek – met doorgaans de lokale gemeente – op het scherpst van de snede te voeren. Goed beargumenteren waarom bepaalde wijzigingen van het monument volgens u als eigenaar mogelijk zijn is daarbij essentieel.

Heeft u vragen over de aanwijzing of wijziging van uw gemeentelijk- of rijksmonument? Neemt u dat gerust contact met ons op. Wij adviseren u over de (on)mogelijkheden van uw monument.

Terug naar alle regelgeving en jurisprudentie