DeClerck

Regelgeving en jurisprudentie

25 februari 2019

Gebruik van een monument in strijd met het bestemmingsplan en de gefaseerde aanvraag van de omgevingsvergunning

De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) deed recent een interessante uitspraak over de gefaseerde aanvraag van een omgevingsvergunning. De verschillende onlosmakelijk verbonden activiteiten staan hierbij centraal. Aanleiding om nog eens stil te staan bij deze complexe materie!

In de kwestie waarop deze uitspraak ziet gaat het om het gebruik van een boerderij in strijd met het bestemmingsplan. In plaats van wonen wil de aanvrager de boerderij verhuren als recreatief verblijf. Voor dit gewijzigd gebruik is een omgevingsvergunning aangevraagd.

Tegelijkertijd is de boerderij een rijksmonument. Gewijzigd gebruik van het monument is een afzonderlijke vergunningplichtige activiteit. Hiervoor werd géén omgevingsvergunning gevraagd.

Na de ontvangst van de aanvraag van de omgevingsvergunning heeft het college van B&W de aanvraag behandeld alsof het óók ziet op het gewijzigd gebruik van de boerderij als monument. Omdat het een rijksmonument is, wordt de uitgebreide voorbereidingsprocedure voorgeschreven, in plaats van de reguliere (korte) procedure. Het college zet de uitgebreide voorbereidingsprocedure in gang, naar achteraf oordeel van de ABRvS onterecht.

Op het moment dat de aanvrager meerdere onlosmakelijke activiteiten wil verrichten, geeft artikel 2.7 Wabo de mogelijkheid om éérst voor de activiteit gebruik in strijd met het bestemmingsplan een omgevingsvergunning aan te vragen. Het zogenoemde gefaseerd aanvragen. Zodoende kan de uitkomst van de eerste omgevingsvergunning worden afgewacht vóórdat een aanvraag voor de andere onlosmakelijke activiteiten wordt gedaan. Daarbij moet vaak uitvoerige onderbouwing worden gegeven, bijvoorbeeld voor het gewijzigd gebruik van het rijksmonument zoals in deze kwestie.

Als gevolg van het gefaseerd aanvragen mocht het college de aanvraag enkel in behandeling nemen als het gebruik in strijd met het bestemmingsplan. Daarop is de reguliere (korte) voorbereidingsprocedure van toepassing. Het college had dus de reguliere voorbereidingsprocedure moeten toepassen, in plaats van de uitgebreide variant.

De ABRvS bevestigt nogmaals dat de activiteit waarop de vergunningaanvraag betrekking heeft bepaalt of een reguliere of een uitgebreide voorbereidingsprocedure moet worden gevolgd.

Bron: ECLI:NL:RVS:2019:157

Terug naar alle regelgeving en jurisprudentie