DeClerck

Regelgeving en jurisprudentie

25 april 2019

Hoe doorslaggevend is een welstandsadvies in het monumentenrecht?

De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht bepaalt dat het belang van de monumentenzorg zich niet mag verzetten tegen het wijzigen van een rijksmonument. Ook schrijft de gemiddelde erfgoedverordening van provincies en gemeenten voor dat het wijzigen van een provinciaal of gemeentelijk monument niet in strijd mag zijn met het belang van de monumentenzorg. De erfgoed- of monumentencommissie toetst of hiervan sprake is en brengt daarover advies uit.

Zodra de eigenaar van een gebouwd monument een omgevingsvergunning aanvraagt, bijvoorbeeld voor bouwactiviteiten of gewijzigd gebruik van het monument, dan schakelt het college van burgemeester en wethouders deskundigheid in. De meeste erfgoedverordeningen voorzien in een erfgoed- of monumentencommissie. Deze commissie adviseert het college over de toelaatbaarheid van de activiteiten waarvoor een omgevingsvergunning wordt gevraagd en toetst de aanvraag aan het belang van de monumentenzorg. In de praktijk ontstaat nog wel eens discussie over hoe doorslaggevend het advies is.

Om tot een advies te komen toetst de commissie de aanvraag onder meer aan het beleid van het betreffende bestuursorgaan, waaronder bijvoorbeeld de erfgoedvisie of de welstandsnota. De commissie adviseert gemotiveerd of – in geval van een monument –  het belang van de monumentenzorg zich verzet tegen de activiteit(en) van de gevraagde omgevingsvergunning.

Het uitgangspunt is dat het college de verantwoordelijkheid draagt van de beoordeling of het belang van de monumentenzorg zich verzet tegen de gevraagde omgevingsvergunning. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft dit in een recente uitspraak wederom bevestigd. Een vaste overweging van de Raad van State is dat het bestuursorgaan aan het advies van de commissie doorslaggevende betekenis mag toekennen, hoewel het er niet aan is gebonden. Het bestuursorgaan hoeft in dat geval zijn besluit niet nader toe te lichten. Dit is anders indien het advies van de commissie zodanige gebreken vertoont dat het bestuursorgaan dit advies niet (zonder meer) aan zijn beslissing ten grondslag had mogen leggen. Ook zal het bestuursorgaan moeten motiveren als het een ter tafel gekomen advies van een deskundige derde persoon of instantie niet volgt.

Het voorgaande geldt ook voor de welstandscommissie. Deze commissie vindt zijn bestaansrecht in de Woningwet en ziet op de reguliere (niet zozeer monument-gerelateerde) bouwactiviteiten. De welstandscommissie wordt gedefinieerd als een onafhankelijke commissie die aan het college van burgemeester en wethouders advies uitbrengt ten aanzien van de vraag of het uiterlijk of de plaatsing van een bouwwerk, waarvoor een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen van dat bouwwerk is ingediend, in strijd is met redelijke eisen van welstand.

Duidelijk is dat het advies van de erfgoed-, monumenten- of welstandscommissie een belangrijke rol speelt in de vergunningverlening, óók in het monumentenrecht. Een besluit dat afwijkt van een dergelijk advies vraagt van het bestuursorgaan een goede motivering.

 

Alwin Farahani, advocaat monumentenrecht

 

Bron: ECLI:NL:RVS:2019:1104

Terug naar alle regelgeving en jurisprudentie