DeClerck

Het visueel verstoren en de reikwijdte van een beschermd monument

In de onderhavige zaak wilde de eigenaar van een monument een vrijstaande berging bouwen naast zijn huis en een dakkapel op een aanbouw die door middel van een corridor vastzit aan het huis: een beschermd monument. Voor beide bouwactiviteiten heeft het college van burgemeester en wethouders van Blaricum een monumentenvergunning geweigerd – deze vergunning is overigens tegenwoordig onderdeel van de omgevingsvergunning.

De eerste monumentenvergunning werd geweigerd omdat de vrijstaande berging afbreuk zou doen aan het totaalbeeld vanaf de openbare weg mede gezien de nabijheid van de woning. Uit de jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) volgt echter dat onder het begrip ‘verstoren’ niet visueel verstoren wordt verstaan. Voor de bouw van de berging is daardoor ook geen monumentenvergunning vereist.

Ten aanzien van de tweede monumentenvergunning werd het begrip verstoren ook onjuist uitgelegd, maar was het vooral de vraag of de aanbouw een onlosmakelijke zelfstandige eenheid vormde. Het is namelijk standaardjurisprudentie dat niet het kadastrale perceel de grondslag is voor de bescherming van wat zich daarop bevindt, maar dat slechts beschermd is datgene wat als bouwkundige en functionele onlosmakelijke zelfstandige eenheid is genoemd in de redengevende omschrijving. Hoewel er in casu sprake was van een functionele eenheid vanwege de corridor, was er volgens de ABRvS geen sprake van een bouwkundige eenheid. De aanbouw was namelijk oorspronkelijk een bijgebouw en is als zodanig nog steeds te herkennen. Het bijgebouw was er daarbij al ten tijde van de aanwijzing en is toen niet aangewezen als beschermd monument.

Het plaatsen van een dakkapel op de aanbouw is daarom niet te kwalificeren als het in enig opzicht wijzigen van een beschermd monument. Zoals hiervoor al bleek is er bovendien ook geen sprake van ‘verstoren’. De conclusie van de ABRvS is daarom dat beide activiteiten in die zin vergunningvrij zijn.

Zie: ABRvS 12 december 2012, LJN: BY5889

Inventarisatie van het gemeentelijke vastgoed

Het Kadaster en Dataland hebben recent een inventarisatie van het gemeentelijke vastgoed gemaakt. Gemeenten kunnen zien welke van hun panden (inclusief monumenten) een maatschappelijke functie hebben en welke niet. Zowel voor panden met als zonder maatschappelijke functie is de vraag op welke wijze hiermee moet worden verder gegaan : Verkopen, verhuren of een andere bestemming geven? Particulieren, bedrijven en andere overheden zijn welkom bij gemeenten om mee te denken over de beantwoording van de gestelde vraag. Indien zij met goede initiatieven komen, is de gemeente bereid planologische medewerking te verlenen.

De reden voor de gemeentelijke drukte met betrekking tot hun vastgoed laat zich gemakkelijk raden. Het nieuwe kabinet eist miljarden bezuinigingen van niet alleen gemeenten, maar ook van woningcorporaties. Panden voor particulier gebruik of met zakelijke bestemming moeten worden verkocht of beter gaan renderen.